Den Haag

Deel 1: Introïtus

Het flatgebouw ligt aan de Sara Burgartweg in Moerwijk.

De flat heeft 88 voordeuren. Het is een 55+ flat.

Op de galerijen achter de muren wordt dagelijks

de choreografie van de gewoonte gedanst.

Soundscape aan?

gerard maria willem ilonka coby introitus extra_people paul beltoon fun1 fun2 fun4 fun3 fun5 frame frame frame frame frame frame frame
maria
gerard
gerard
gerard
gerard
gerard

Over het project

Het project in Den Haag is het eerste deel van Concrete Voices. Het kwam tot stand in de lente van 2018 in het kader van het Globe-project van de Toneelacademie in Maastricht, waar Timo en Naomi op dat moment in het derde jaar zitten. Tijdens de Globe-periode wordt de studenten gevraagd ‘de wereld’ in te trekken. Timo en Naomi vonden die wereld in de flat aan de Sara Burgerhartweg in Moerwijk, Den Haag. Daar konden ze hun al eerder opgevatte plan om ‘van een flatgebouw een koor te maken’ voor het eerst concreet maken.

In een periode van tien dagen leerden Timo en Naomi de bewoners kennen en botste hun droom op de realiteit. Ze belden aan, werden afgewezen, belden vaker aan, werden vaker afgewezen. Tot enkele bewoners de deur op een kier zetten en ontmoetingen ontstonden. Waarna luisteren neuriën werd … en neuriën zingen. Met een opname-apparaat in de ene hand en een kopje koffie in de andere, namen Timo en Naomi in de eigen huiskamers van de bewoners individuele melodieën op. Later monteerden ze alle lijnen tot een virtueel koor. In een poging harmonie te bereiken, klinken de zanglijnen eerst aarzelend, botsen ze hier en daar, en komen ze op andere momenten als vanzelfsprekend bij elkaar.

Timo en Naomi vertaalden hun ervaringen in dit proces naar de podcast ‘88 woningraten’ en deelden het als hoorspel in het theater, waar de bewoners als publiek voor het eerst hun flat ‘als koor’ hoorden. De podcast won later dat jaar de eerste prijs van de NTR Podcast Prijs van 2018.

De podcast

Luister hier naar de volledige podcast:

88 woningraten

— een hoorspel van en met Naomi Steijger, Timo Tembuyser en de bewoners van de flat op de Sara Burgerhartweg in Moerwijk, Den Haag

“Een flat in Moerwijk. De bewoners werden uitgenodigd om hun eigen muziek te draaien, om iets te vertellen, iets te vragen, om te luisteren, te zwijgen, … en om misschien ook wel te zingen. Een requiem werd geboren, samengesteld uit de geluiden, de stemmen en de verhalen van deze flat. De flat werd omgevormd tot koor.

De flat — als symbool voor de metropool, zo dicht op elkaar maar tegelijkertijd ook zo ver van elkaar vandaan. Het koor — als een ode aan 'samen', aan de harmonie, aan de verbinding die we met elkaar zoeken in de stad. Een requiem — als een verzet tegen de samenloze samenleving.”

'88 woningraten’ kwam tot stand met de steun van het Springplank Festival, dat makers uitnodigt om theater te maken met/door/voor de buurt. Met dank aan : Ninke Overbeek (coördinatie Springplank Festival), Maarten Bakker & Irma Kyvon (Studio de Bakkerij Rotterdam), Sara Vesseur (Theater Dakota Den Haag) en Merlijn Twaalfhoven (Turn Club).

Speellijst

Als radiodocumentaire op de radio
Radiodoc NPO Radio 1 (NL) september 2018
Podgrond Radio 1 (BE) oktober 2018, maart 2020
Als collectieve luisterervaring in het theater
Springplank Festival, Studio de Bakkerij Rotterdam mei 2018
Springplank Festival, Theater Dakota Den Haag juni 2018
Toneelacademie Maastricht mei 2018, oktober 2018
Festival De Mus, Torpedo Theater Amsterdam december 2018
Ogentroost, Podium Bloos Breda januari 2019

Pers

“Een prachtig idee, een maatschappelijk geëngageerd scenario en een mooie compositie, heel goed. De ontknoping zorgt bij verschillende juryleden voor kippenvel. […] '88 Woningraten' is weliswaar niet perfect, maar de jury honoreert het niettemin met de eerste prijs vanwege de originaliteit en de conceptuele kracht. […] De makers komen niet alleen iets halen bij de bewoners van de Haagse flat, maar hebben ook iets gebracht.” — jury NTR Podcast Prijs, augustus 2018

Het Introïtus

gerard

Iedereen kent de verhalen van de mensen die na hun overlijden maanden, soms jaren, in een appartement liggen vooraleer ze worden gevonden. De automatische administratie loopt halsstarrig door, niemand heeft in de gaten dat het leven is gestopt: de huur wordt doorbetaald, de verwarming blijft draaien en de post blijft bezorgd. Enkel de geur zou alarm kunnen slaan, maar als niemand zich geroepen voelt, vergaat langzaam ook de geur. Na tien jaar danst er enkel nog een heel klein beetje stof om de botten, die herinneren aan. De ruïne van een lichaam, veel te laat gevonden, van God en iedereen verlaten en ontbonden.

En op een bepaald moment wordt het dan toch ontdekt. De mensen van de woningbouw schudden hun hoofden en het hele huis wordt geïnspecteerd. De jongste jongen van de schoonmaakploeg schraapt kokhalzend haren uit het tapijt en een vrouw verzamelt spulletjes van persoonlijke waarde in een kartonnen doos. In vijf uur is er door de schoonmaakploeg een heel leven van de tegels geveegd. En zo eindigt een mensenleven in een doos op een plank in een hok onder de grond bij het Ministerie van Financiën in Den Haag — afdeling Onbeheerde Nalatenschappen. Twintig jaar wacht de doos daar, voor het geval er nog iemand ooit iets komt opvragen. Daarna verdwijnt ook de doos. Net als het lichaam reduceert een leven — alles dat er ooit geweest is — zich tot één steek diep. Het verdwijnt onder de grond, bij de graven zonder naam, in het vak met de goedkoopste.

Het introïtus herdenkt de mensen wiens sterven onopgemerkt blijf in de grote stad. De mensen die zichtbaar worden door de manier waarop ze na hun dood gevonden worden en door de verhalen die beschreven worden in de krant — door de koppen die berichten schreeuwen als “Opnieuw twee mensen eenzaam gestorven in Brugge en pas weken later gevonden: ‘Geen beweging bij de buren? Verwittig de politie!’” (Het Laatste Nieuws, 14 december 2019). Het Introïtus herdenkt de mensen die niet herdacht werden: een lied, gezongen door een flatgebouw; een flatgebouw, als metafoor voor de grote stad — zo dicht op elkaar, maar toch zo ver van elkaar vandaan.

Beluister het inroïtus:

Lacrimosa dies illa O, tranenrijke dag
Qua resurget ex favilla waarop uit de as zal herrijzen
Iudicandus homo reus de schuldige mens om berecht te worden.
huic ergo parce, Deus Spaar deze dan, God,
Pie jesu Domine: Goede Heer Jezus:
Dona eis Requiem. Geef hun rust.
Qua resurget ex favilla Geef hun de eeuwige rust, Heer,
Et lux perpetua luceat eis. en laat het eeuwig licht op hen schijnen.
Exaudi oratione meam Verhoor mijn gebed,
Ad te omnis caro veniet. elk mens zal voor U komen.
Requiem aeternam dona eis, Domine Geef hun de eeuwige rust, Heer,
Et lux perpetua luceat eis. en laat het eeuwig licht op hen schijnen.